Geschiedenis

Landelijke Fokgroep

 

Nederlandse

 

Toggenburger

 

 

wp02062b65.png
wpfc8aa8b8.png

De geschiedenis wp373c3c6f.gif

De huidige Toggenburgergeit welke in ons land aanwezig, is een fokproduct dat zijn wording mede te danken heeft aan de pro­vincie Drenthe.

Begin vorige eeuw was de leefsituatie voor de "gewone man" verre van rooskleurig.

Vaak werd er toen stille armoede gele­den. De geit en haar producten was toen (en nog vele jaren later) een welkomende aanvulling in het dagelijkse onderhoud van het gezin.

De geit, toen vaak genoemd "het koetje van de armen", was een klein, sober, sterk dier met een matige melk­gift, vaak gehoornd en met de beharing en kleur welke momenteel de landgeit nog siert.

 

Rond 1895 waren door enkele Groningse landbouwers, die een plezierreisje naar Zwitserland maakten, Toggenburger geiten meegebracht. Of hiermee gefokt is, staat nergens beschreven.

 

Door het Drents Landbouw Genootschap (DLG) werd de eerste officiële import gedaan in 1905. Zij haalden toen 3 Toggenbur­ger bokken en één geit uit het kanton St. Gallen, Zwitserland. Deze dieren werden ingezet om via paring de kwaliteit van de toen aanwezige geitenstapel te verbeteren.

 

Gekozen werd voor import Toggenburger daar deze dieren gezien hun soberheid beter zouden passen op de arme Drentse veen- en zandgronden. Vermoedelijk zal de kleur en afteke­ning ook de keuze beïnvloed hebben.

 

Op 14 oktober 1905 werden te Gieten deze importdieren via een publieke veiling verkocht. De heer J.J. Zwiers, te Hooge­veen kocht toen voor de Hoogeveense dorpsgemeenschap een bok en een geit. De twee andere bokken werden gekocht door de heren H. Putter te Norg en E. Bakker te Peeloo. De prijzen welke uiteen liepen van f 37,50 tot f 65,- waren gezien die tijd niet mis! Nadien zijn via DLG nog enkele dieren geïmpor­teerd. De uitbraak van de mond en klauwzeer epidemie in 1911 en de Eerste wereldoorlog zijn de oorzaak geweest dat er tot 1920 geen invoer meer heeft plaatsgevonden. Vanaf de -30 jaren tot heden zijn er nog maar een klein aantal dieren geïmporteerd.

 

De verbetering van de geitenstapel was een plaatselijke aan­gelegenheid. Vaak was het een der notabelen van het dorp die zich met het fokbeleid en registratie belaste. Later kwam dit in handen van de lokale verenigingen. Het laat zich raden dat dit in het begin niet altijd zorgvuldig werd uitgevoerd. Veel begin gegevens zijn hierdoor verloren gegaan.

 

Een "brede registratie" kwam pas op gang in 1938 door de bemoeienis van het veeteeltconsultschap te Assen. Ook werd toen een duidelijke fokregelement voor het Toggenburgerras vastgesteld.

 

Van de importen van voor de tweede wereld oorlog zijn op die van 1938 na, weinig gegevens bekend. Zeker hebben zij op lokaal niveau zeer veel bijgedragen tot de vorming van het Toggenburgerras. Aantoonbaar hebben de importen Napoleon 63 S en Stalz 65 S (1938), Koning 116 AM en Fürst 99 AM

(1956), Triumf 270, Edel 271 en Kondor 274 AM (1964) veel bijgedra­gen aan de huidige kwaliteit.

 

Tot begin jaren 60 werd de Toggenburger hoofdzakelijk gefokt in de provincie Drenthe, pas daarna heeft het ras zich ver­spreid over het gehele land.

wpc1dcc9c7.png

wp96c519bf.png

wpd8a9b789.png

wp531b9835.png

wp670c28b5.png

wpc1e7bc84.png

wp954850d9.png

wpcf54c479.png

wp367bad91.png

wpe5271a01.png

wpa7129ad2.png

wp51b6b21b.png

wpa4ffebe0.png

wp17b87031.png

wp47990173.png