Import  Toggenburgers:

Door het Drentse Landbouw Genootschap (DLG) werd de éérste officiële import gedaan in 1905.Zij haalden toen 3 Toggenburgerbokken en één geit uit het kanton Sankt Gallen, Zwitserland. Deze dieren werden ingezet om via kruising met de toen aanwezig inlandse geiten de geitenstapel te verbeteren.

 

Op 14 oktober 1905, werden te Gieten deze importdieren via een publieke veiling verkocht.

De heer J.J. Zwiers, te Hoogeveen kocht toen voor de Hoogeveense Dorpsgemeenschap een bok en de geit.

De twee andere bokken werden gekocht door de heren H. Putter, Norg en  E. Bakker, Peeloo.

 

In 1907 zijn via de DLG nog 4 bokken geïmporteerd.

 

De uitbraak van de mond en klauwzeer epidemie in 1911 en de eerste wereldoorlog (1914-1918), zijn de oorzaken geweest dat er geen importen tot 1922 meer hebben plaatsgevonden.

 

In 1922 is er weer invoer geweest, waarvan helaas niets meer te achterhalen valt, zowel w.b. aantal, als waar deze dieren terecht gekomen zijn is niets van bekend.

 

In 1930 heeft de Burgemeester van Emmen, drie bokken en drie geiten geïmporteerd.

 

In 1931 zijn er enkele dieren uit Duitsland gehaald.

 

Intussen was de Provinciale Bond opgericht en zijn door haar in 1938 zeven bokken en negen geiten aangekocht vanuit Zwitserland.

Deze aankoop was w.b. fokkerij niet zo succesvol:

Bij aankomst bleek 1 bok onderweg te zijn overleden. de tweede bok volgde een dag na aankomst. Na 3 weken de derde en enkele weken later nummer vier.

De overige 3 zijn ingezet, dit waren de bokken:

                 Ador      61 S

                 Napoleon  63 S   

                  Stalz     65 S

 

Vooral Napoleon heeft het zeer goed gedaan. Via een aantal dochters is zijn inbreng succesvol geweest. Nog steeds komen we in afstamming zijn invloed nog tegen, binnen een  aantal lijnen komen wij zijn bloedvoering nog tegen, t.w.:

- de nakomelingen van Roelie 1224 en Annie 1783 van Eite Thieuwe,      Gasselternijveen.

- de Johanna's van de fam. Klaassens, Gieten (via Klaartje 1655).

- de Fiena's van Harm Aalders, Eexterveen (via Rika 1929 en Krijn 207)

 

In de afstamming van Elisabth 3223 (een geit die haar "stempel" via de Kerkbrink-lijn (Tammo Smit, Zuid-Laren) op de huidige fokkerij heeft gedrukt. Komen we zowel Napoleon 63 als Ador 61 nog tegen.

 

In 1956 zijn nogmaals 2 bokken vanuit Zwitserland gehaald t.w.:

Fürst  99 AM  en  König  116 AM

Ook de inbreng van deze bokken is groot geweest.Veel dieren welke nog aanwezig zijn, hebben een van deze beide bokken (of soms beide) in haar "afstamming" zitten. o.a. de dieren welke terug te voeren zijn via de geiten:

- Betsie   3408   Luit     (Fürst)

- Gientje 3409   Jeuring  (Fürst)

- Annie   3340   Thieuwes (König)

- en bijvoorbeeld de bok    Toggo   238    idem    (König)

In 1964 zijn er in samenwerking met de Noord Hollandse Fokgroep nogmaals 3 bokken ingevoerd.

- Kondor 274 AM welke in Noord Holland is gebleven. Hij heeft maar één seizoen ter dekking gestaan en is toen overleden.

- Edel 271 S    werd gestald te Eexterveen, ook hij heeft maar  één seizoen ter dekking gestaan.

- Triumf 270 S  stond in '64 te Peize ter dekking, '65 te Eexterveen '66 te Eelde en in '67 te Gieten.

 

Kondor 274 AM

De bijdrage van Kondor 274 AM is in Drenthe beperkt, wat zijn zoon Dorellus 282 positief heeft aangedragen is weer door Maurits van Landsmeer N485 welke zowel via vaders- als moederszijde terugvoerde op Kondor en Jacobje 2  009, te niet gedaan. Vooral het niet kunnen "vasthouden" van het gewenste type was een probleem.

 

Edel 271

Edel 271 heeft een beperkt aantal nakomelingen op zijn naam staan. Naast enkele uitschieters zoals de bokken Dorus 272 en Drento 277 was zijn inbreng via de geiten beperkt. Op een enkele na, viel vooral de royale speendikte en beharing op.

 

Triumf 270

De inbreng van Triumf 270 was/is duidelijk beter, naast robustheid en verbetering van benen, zowel in kwaliteit als stand was opvallend.Ook zijn nafok waren nogal eens ruim behaard. Dit euvel is er gelukkig grotendeels uitgefokt.

 

De latere importen zijn van zeer weinig betekenis geweest.

Van de bok Astor 936BR welke in '78 kwam, zijn maar 5 nakomelingen van geboekt, welke qua fokinbreng geen invloed hebben gehad. In 1982 zijn er een 3-tal bokken opgehaald, waarvan er 2 niet aan de  NOG-eisen voldeden en dus niet gebruikt zijn. Nummer 3 was de bok Nero 367 S, welke te Gieten twee jaar ter dekking heeft gestaan, van hem zijn 6 zonen en 12 dochters geregistreerd. Ook van en via deze aanwas is zeer weinig terecht gekomen en is de invloed nihil.

 

De vereniging Katlijk (Friesland) kreeg in 1975, van een van haar leden de  Zwitserse bok Mars AG 720 cadeau. Alhoewel deze bok een paar jaar ter dekking heeft gestaan is zijn inbreng van weinig invloed geweest in de Toggenburgerfokkerij. Van hem zijn  3 zonen en 9 dochters geregistreerd. Zowel binnen als buiten Friesland, is er bar weinig van "overgebleven".  

 

wp148ee1c1.png

 

 

Import van Toggenburgers

Landelijke Fokgroep

 

Nederlandse

 

Toggenburger

 

 

wp02062b65.png
wpfc8aa8b8.png

 

Terug

wp414e8293_0f.jpg

Foto: De in 1964 geïmporteerde bokken

 

Edel 271 S   Triumf 270 S    Kondor 274 AM